Een “kasprouwe” is niet zomaar een kast!

door Dorothy op 14.09.2012 om 08:59 gepost in Dit is Belgisch!

KAST
de kast zelfst.naamw. (m./v.) Uitspraak: [kɑst] Verbuigingen: kast|en (meerv.) meubel om spullen in te bewaren
Voorbeelden: `boekenkast`, `linnenkast`, `archiefkast`,…

 In de rijke wereld van dialecten werden heel diverse woorden gebruikt om dit eenvoudig gebruiksvoorwerp te benoemen. Dat ondervond ik al snel in mijn kindertijd waar de kasten al dat lekkers en moois herbergden (net buiten bereik) en ik kennis maakte met de uitgebreide woordenschat in het dialect van mijn grootouders, waarbij voor elke specifieke kast wel een ander woord bleek te bestaan. Door een verschil in lettergreep of klank werd het onderscheid gemaakt tussen de “kasprouwe” (koekenkast) of de “schaprouwe” (kleerkast), maar er was ook de “kasprieë”. Het gaf de kasten een eigen identiteit. Dat stukje persoonlijkheid lijken ze vandaag verloren. Het leek me dan ook leuk jullie allen op te roepen om de vergeten dialectwoorden uit jou regio voor meubilair allerhande (kasten , tafels, stoelen, …) te posten op deze blog. Ik ben alvast heel benieuwd naar de diversiteit van jullie posts!

 

tags dialect, meubel, kast, tafel, stoel

> terug naar overzicht

Tom De Vadder zegt:

gepost op 27.09.2012 om 23:19

Toch schitterend wat een ‘kast’ allemaal teweeg kan brengen. Vanuit mijn dialectische achtergrond en woordenschat ken ik een ‘kast’ beter als ‘kas’. Voor deze klank werden dan allerhande voorvoegsels gezet om zodoende het doel van de ‘kas’ weer te geven, denk we maar aan ‘kleerkas’, ‘snoepkas, en zeker niet te vergeten ‘de ijskas’. Waarschijnlijk zijn er nog talrijke andere ‘kassen’, maar deze ontglippen mij momenteel.

Reageren?